31 Gelegenheidsgedicht

Een gelegenheidsgedicht schrijf je om een gebeurtenis in poëzie te vieren of te herdenken. Dat kan elke gebeurtenis (gelegenheid) zijn: een verjaardag, het halen van je rijbewijs, maar ook een nationale ramp. In de titel van het gedicht staat de gebeurtenis vaak al genoemd: ‘Bij de 10e verjaardag van mijn zusje’, bijvoorbeeld.

Gelegenheidsgedichten werden vooral tussen 1550-1850 in enorme aantallen geschreven in Nederland. Het bekendste voorbeeld van deze traditie is het sinterklaasgedicht, maar ook bij een jubileum, een kroonjaar of een afscheid hoor je nog wel eens een gedicht.

Beroemde dichters als Joost van den Vondel of Anna Maria van Schurman schreven een gedicht als er iets belangrijks gebeurde: soms in opdracht, maar soms ook uit boosheid of enthousiasme. Sinds 2000 is die traditie weer terug, want om de twee jaar wordt een bekende dichter tot ‘Dichter des Nederlanden‘ gekozen. Die schrijft gedichten over actuele onderwerpen die via de landelijke krant NRC en de website verspreid worden.

Meer informatie over het ‘gelegenheidsgedicht’ vind je in het Algemeen Letterkundig Lexicon. Wil je een voorbeeld van een eenvoudig gelegenheidsgedicht, lees dan het gedicht dat Jan Reuvekamp schreef toen zijn vrouw een huishoudboekje in gebruik nam, in 1936.

In deze oefening doe je alsof je de ‘Dichter der Nederlanden’ bent. Een serieuze taak, want met jouw gedicht spreek je tegen alle inwoners van ons land tegelijk. Iedereen leest het: de IT-manager, de roeicoach, de filmactrice en de hovenier!

Je probeert daarom niet alleen je eigen emoties te verwoorden, maar ook iets te verwoorden van wat iedereen waarschijnlijk voelt. Bovendien probeer je je lezers iets mee te geven over het onderwerp. Een goede raad, een oproep om erbij stil te staan, een beetje troost bieden – het kan van alles zijn, maar je moet iets zeggen vanuit je hart.

1. Voor deze oefening kiezen we een verdrietige gebeurtenis. Een gebeurtenis die voor het hele land verdrietig is, is natuurlijk algemeen bekend. Vraag dus even in het rond wat mensen zich zoal kunnen herinneren en kies daar een gebeurtenis uit. Het werkt het beste als je je die gebeurtenis ook zelf nog kunt herinneren.
2. Doe onderzoek naar die gebeurtenis, die natuurlijk sowieso in het nieuws is geweest. Zoek op het internet verschillende bronnen op: wat is er precies gebeurd? Maak aantekeningen van détails die je opvallen.
3. Doe ook ‘onderzoek naar jezelf’, en noteer kort je antwoorden op de volgende vragen:
– Wat voel je bij deze gebeurtenis?
– Waarom heb je deze gekozen?
– Op welke manier raakt de gebeurtenis jou?
– Heeft de gebeurtenis op een of andere manier te maken met jouw leven?
(hoeft niet per se) 
– Raakt de gebeurtenis aan iets wat jij belangrijk vindt in het leven?
(bijvoorbeeld: jouw gevoel voor rechtvaardigheid; juist en eerlijk handelen afhankelijk van de situatie, of je wens dat iedereen zorgzaam zou moeten zijn) 

Voordat je gaat schrijven kijken we even naar een voorbeeld, namelijk het gedicht ‘MH 17‘, van Anne Vegter, Dichter der Nederlanden (toen heette dat nog: Dichter des Vaderlands) in het jaar dat vlucht MH 17 werd neergeschoten boven Oekraïne.

  1. vat in 1 zin de inhoud van Anne Vegter samen: wat zegt dit gedicht over de gebeurtenis met de MH 17? Lees het gedicht een aantal keer en neem alle informatie uit alle regels van het gedicht mee in die ene samenvattende zin;
  2. kijk naar de datum waarop het gedicht geschreven is, en de datum waarop de MH 17 werd neergeschoten. Is het gedicht kort of lang na de gebeurtenis geschreven? Zie je dat ook terug in het gedicht?
  3. het gedicht begint met: “Twintig keer naar het journaal gekeken…”: er staat geen onderwerp in deze zin, er staat dus niet wie er naar het journaal heeft gekeken. Maakt dat uit voor hoe je het gedicht leest?
  4. wat vind je van het gedicht?

Ga nu terug naar je aantekeningen en kijk of je nog iets wilt aanvullen of veranderen nu je de tekst van Anne Vegter hebt gelezen. Is alle voorbereiding gedaan, dan kun je gaan schrijven. Doorloop deze stappen:

  1. schrijf in steekwoorden op wat je over die gebeurtenis wilt vertellen en zet ze bij elkaar (in een woordwolkje, het hoeven nog geen echte zinnen te zijn)
  2. Maak ook een woordwolkje van alle woorden die jouw gevoelens (jouw ‘onderzoek naar jezelf’) verwoorden.

Als het goed is heb je nu een redelijk overzicht over waar je gedicht ongeveer over zal gaan.

In het gedicht van Anne Vegter zie je dat ze de ervaringen van heel veel Nederlanders probeert te verwoorden om de emoties (gevoelens) van de gebeurtenis die ze beschrijft goed onder woorden te brengen. Heel veel mensen zullen toen wel 20 keer naar het journaal gekeken om te zien wat er gebeurd was. En dat niet alleen in Nederland, maar ook in andere landen. Ook in de landen die het ‘web van oorlog’ maakten. Wereldverdriet dus.

Voor het echte schrijven begint, denk na over wat je de inwoners van ons land wilt meegeven.

Daarbij is een puur gevoel niet genoeg. Een boodschap is altijd gefundeerd (met logische reden) en gemotiveerd (met de juiste reden), zodat het voor iedereen begrijpelijk wordt.

Fout:
Ik word hier gewoon boos van!
Goed:
Ik ben hier boos over omdat de mensen die al krap zitten nu nog meer ellende moeten meemaken

Fout:
Dit mag nooit meer gebeuren!
Goed:
Als dit nog eens gebeurt hoop ik dat er een zeemonster komt dat een hapje neemt uit het stuk Nederland waar dit soort dingen gebeuren en het meesleurt naar de bodem van de Noordzee.

Schrijf nu eerst de regel met de boodschap op. Je kunt hem straks nog veranderen, dus perfect hoeft hij niet te zijn. Maar dan heb je alvast goed gezegd wat je wilt zeggen.

Nog even dit: het gedicht wat je nu gaat maken hoeft niet te rijmen. Het is veel belangrijker om mooie woorden te bedenken voor wat je eerlijk wilt zeggen, dan dat je gaat knutselen op eindrijm.

Je gaat nu aan de slag met de twee wolkjes. Per wolkje afzonderlijk (apart) vraag je je af:

  1. Welke woorden horen bij elkaar?
  2. Wat zeggen ze samen over die gebeurtenis?

Dan: kijk hoe de woorden uit de beide wolkjes op elkaar kunnen aansluiten. Maak vervolgens van en rond die woorden zinnen en dichtregels. Hou bij dit hele proces de boodschap in het oog!

Om je gedicht onvergetelijk te maken zijn mooie woorden onontbeerlijk (onmisbaar). Ga het hele gedicht na, bekijk of je alles wat je zegt mooier zou kunnen zeggen. Zoek op https://synoniemen.net of je nog woorden kunt vervangen door woorden die veelzeggender (waaruit meer op te maken valt) zijn en meer tot jouw verbeelding (fantasie) spreken.

Kijk ook naar wat Spoken Word dichter Zaïre Krieger zegt over hoe je een mooie vergelijking in je tekst kunt verwerken: https://taalbaas.nu/taalbaas/zairekrieger

Verwerk de boodschap in je gedicht (meestal zit die ongeveer aan het eind), maak je gedicht af en laat het even liggen.

Pak je gedicht weer op en lees het alsof je het voor het eerst leest. Blijft het spannend om te lezen? Komt de boodschap niet te onverwacht, maar is hij ook niet onlogisch?

  • zitten jouw gedachten en gevoelens over de gebeurtenis er goed in verwerkt, is het je gelukt om alle dichtregels samen de boodschap (jouw visie op/mening over het gebeuren) uit te laten drukken?
  • heb je iets gedaan om de lezer bij jouw visie te betrekken, om mee te denken met jou?
  • is de taal hoogwaardiger (bijzonderder) dan alledaagse taal? Heeft het gedicht sfeer en fantasie?

Herschrijf wat je wilt.
Nu ben je klaar.
Lees elkaars gedichten, en ga daarna weer aan iets vrolijks bezig.

 

Zoek een nieuwe oefening
Neem contact met ons op