174 Papegaaien
Iemand napraten wordt in het Nederlands al eeuwenlang ‘papegaaien’ genoemd. Begrijpelijk, want van alle dieren kunnen papegaaien de menselijke stem het beste nadoen. En omdat ze erg van gezelschap houden, gaan ze ook aan de praat met de mensen die ze houden. Om aan te geven dat ze al met al toch niet echt als mensen praten, werd voor hun praten een apart woord bedacht: papegaaien.
In tijden van AI (artificial intelligence, kunstmatige intelligentie) heeft het woord ‘papegaaien’ nog een nieuwe toepassing gekregen. Het wordt nu ook gebruikt om het spreken van de mens, de papegaai en AI-chatbots zoals ChatGPT met elkaar te vergelijken. Ook dat is begrijpelijk, want AI-chatbots lijken net als papegaaien menselijke taal te kunnen maken. En net als papegaaien kunnen dat ze niet echt.
Schrijvers, dichters en reclamemakers maken vaak vergelijkingen tussen de pratende mens en papegaaiende papegaaien. Dat doen ze omdat die vergelijking ons iets leert over hoe mensen taal maken en gebruiken. In deze oefening ga je zelf, aan de hand van bestaande stukjes tekst, schrijven over het ‘papegaaien’ om zo meer te weten te komen over menselijke taal.
‘Papegaaien’ is door schrijvers gebruikt als beeld voor ‘zonder veel nadenken dingen van anderen nazeggen’. Dat gebruik van ‘papegaaien’ zie je bijvoorbeeld in reclamecampagnes van de Bond tegen vloeken, die erop gericht zijn mensen respectvol te laten praten. ‘Respectvol’ is volgens de Bond tegen vloeken: niet schelden, niet vloeken en over het algemeen goed uitkijken met wat je zegt, omdat woorden mensen kunnen raken.
Vanaf 1990 gebruikt de Bond tegen vloeken het papegaaien in hun campagnes, bijvoorbeeld op deze poster:

De poster probeert mensen ervan bewust te maken dat ze vaak vloeken en schelden omdat ze anderen zonder nadenken nadoen. En roept ze op geen ‘naprater’ te worden als de papegaai.
In een campagne uit 2024 van de Bond tegen vloeken hoeft al die informatie over het papegaaien er allemaal niet meer bij te staan. De papegaai is in beeld, maar er staat niet meer bij uitgelegd dat je geen naprater moet worden. Dat weten mensen nu kennelijk wel. Boodschap is nu dat je bij Oud en Nieuw tegen hulpverleners respectvol moet praten:

- Maak zelf een reclameslogan voor een situatie waarin je zou willen dat mensen respectvol tegen elkaar spreken. Ga er vanuit dat bij je reclameslogan een papegaai afgebeeld wordt en mensen dus weten dat je slogan over napraten gaat.
- Tip 1: Bedenk waar je nu te weinig respect ziet.
- Tip 2: Bedenk ook een afbeelding bij de situatie waarvoor jij je slogan schrijft. Wie zijn er bij betrokken, waar speelt de situatie zich af? Hoe meer details je bedenkt, des te beter zal je daarop met je slogan kunnen inspelen.
De papegaai is door schrijvers ook gebruikt om mensen een spiegel voor te houden: hoe praten zij eigenlijk? Dan wordt ‘papegaaien’ gebruikt om mensen met enige afstand naar zichzelf te laten kijken. Idee is dat je beter kunt zien hoe je als mens praat, als je het een papegaai na hoort doen. De dichter Hans Andreus ging met dit idee aan de slag in zijn gedicht ‘De papegaai’, dat zo begint:
Er was een keer een papegaai,
die sprak zo mooi en wijs en fraai
als zelfs de knapste professoren
en dus liet hij zijn stem steeds horen:‘Dames en Heren, hum, hum,
ik wil maar beweren, hum, hum,
zoals ik al zei, hum, hum, ja, ja,
enzovoort en etcetera!’
- Andreus laat de papegaai professoren nadoen. Kies zelf een groep mensen van wie jij de taal opmerkelijk vindt, en die je na wilt gaan doen.
- Tip 1: Kijk even goed welke groep Andreus kiest (de professoren) en wat hij over hun spreken zegt. De papegaai spreekt net zo ‘mooi, wijs en fraai’ als professoren, zo staat in de eerste vier regels. In de tweede vier regels staat wat de papegaai die praat als een professor zegt: wat blijken professoren te zeggen?
- Tip 2: Als je nog beter wilt zien hoe Andreus de taal van die professoren ziet, kun je het hele gedicht ‘De papegaai‘ hier lezen. Wat kan de papegaai wel en niet met praten?
- Schrijf net als Andreus vier regels waarin je de taal van de groep die jij koos nadoet. Bedenk dat jouw regels net als die van Andreus een spiegel zijn. Wat ziet die groep in jouw spiegel over hun taal?
Een ander gebruik van ‘papegaaien’ zien we bij schrijvers die willen dat hun lezers nadenken over welke denkvermogens er nu eigenlijk spelen in het gebruik van taal. Dat de AI-chatbots ‘papegaaien’ wordt bijvoorbeeld gezegd om aan te geven dat machines minder goed kunnen nadenken dat mensen.
In het boek Aigou van Sarah van Vliet zie je als lezer alles wat er in het boek gebeurt door de ogen van een robothondje. Het hondje praat niet hardop, maar kan wel denken en die gedachten krijg je te lezen.
Eén van de gedachten die het hondje heeft, is:
Mensen willen geen hond die terugpraat. Ze willen een hond die ze begrijpt maar die niet terugpraat.
- Herschrijf deze zin, maar nu laat je een robot-papegaai denken. Wat zouden mensen allemaal van een robot-papegaai als huisdier willen?
- Tip 1: Jij bepaalt als schrijver of de robotpapegaai kan denken of misschien wel hardop kan
- Tip 2: robot-papegaaitjes voor kinderen bestaan al. Bekijk deze reclame: wat kan een robot-papegaaitje allemaal, en kan jouw papegaai dat ook, of kan die iets anders of iets meer?

- Tip 3: Als je nog wat meer zinnen uit het boek Aigou wilt lezen om te zien hoe Sarah van Vliet dit aanpakt, kun je dit fragment lezen waarin het robothondje aan wordt gezet om zijn nieuwe baasje te ontmoeten.
Een laatste gebruik van ‘papegaaien’ gaat over het effect dat kunnen spreken heeft. Schrijvers stellen de vraag of mensen door het spreken, ook beschaafd leven.
Hier speelt mee dat de papegaai van nature niet in Nederland voorkomt. Het is dus een wilde vogel, die in verre landen in oerwouden gevangen moest worden voordat de vogel in Nederland door mensen gehouden kon worden. De dichter Jacob Cats beschreef dat in 1637 op deze manier:
Indien de Papegay waer in het hout [=bos] ghebleven,
Zy hadde daar geleid een woest en beestig leven,
Maar nu zij door bedwang [=dwang] van mensen is geleerd,
Zo komt ’t dat ze spreekt, en in het hof verkeert.
Cats beschrijft dus dat de in het wild levende papegaai een leven als een beest leeft. Eenmaal door de mensen opgevoed, kan de papegaai spreken en zelfs in de hoogste kringen thuis zijn. Bij het gedicht stond deze afbeelding:

- Herschrijf deze regels door ze aan te passen aan hoe jij zelf denkt over de relatie tussen mens en dier.
- Tip 1: Bedenk voor je gaat schrijven of jij de papegaai net als Cats ziet als een wild dier, en als een dier dat in het bos leef.
- Tip 2: Bedenk of jij net als Cats vindt dat het praten de mens beschaafd maakt, en beschaafder ook als dieren.
- Tip 3: En bedenk tenslotte of je net als Cats vindt dat de mens daarmee het recht heeft de vogel gevangen te houden.
- Hans Andreus, Waarom daarom. Haarlem: Uitgeversmaatschappij Holland, 1967.
- Jacob Cats, Sinne- en minnebeelden. Middelburg, 1627.
- Sarah van Vliet, Aigou. Amsterdam: Nijgh en Van Ditmar, 2026.



