156 Interpretatie

Aan een bestaande tekst betekenis geven – we noemen dat: een interpretatie geven – lijkt je misschien niet het meest spannende dat je als schrijver kunt doen. Maar kijk maar eens wat er kort geleden gebeurde met de interpretatie van het allereerste zinnetje uit de Nederlandse literatuur:

Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic anda thu wat unbidan we nu [=Alle vogels zijn al aan het nestelen, behalve ik en jij. Waar wachten we nog op?].

Het zinnetje is rond het jaar 1083 opgeschreven door een monnik. Pas in 1931 vond een onderzoeker het, en daarna werden er interpretaties aan gegeven. Tot 2004 altijd vanuit het idee dat in het zinnetje een man aan een vrouw de vraag stelt “zouden wij niet eens samen een nestje moeten bouwen?”.

Maar in 2004 wees de onderzoeker Peter Dronke erop dat degene die in het zinnetje aan het woord is, taal gebruikt die vooral vrouwen gebruikten in de tijd dat het zinnetje geschreven werd. De onderzoekers Frits van Oostrom zag overeenkomsten tussen het zinnetje en volksliedjes die vrouwen indertijd zongen. Daarmee kwam er opeens de mogelijkheid voor een andere interpretatie. Is het de vrouw die aan de man vraagt of het tijd wordt een nest te bouwen? Neemt een vrouw dus het initiatief in de liefde?

In dit voorbeeld zie je gebeuren waar het altijd om gaat als er een interpretatie wordt gemaakt.

  1. je kijkt naar wat er staat (maakt bijvoorbeeld een vertaling, of zegt in eigen woorden wat iets betekent).
  2. kijkt naar hoe het er staat (bijvoorbeeld in een vraagvorm, of in taal die vrouwen meestal gebruiken)
  3. en bedenkt waarom het er zo staat.

In stap 1 gebruik je alle kennis die je al hebt om dit een eerste begrip van de tekst te komen. In stap 2 doe je nieuwe kennis op, omdat je gaat zien hoe een tekst in elkaar zit en je dat ideeën geeft over de betekenis. In stap 3 ga je nadenken: waarom staat in de tekst iets precies op dié manier opgeschreven? Wat geeft dat voor extra betekenis die je misschien in stap 1 nog niet zag?

Deze oefening gaat over het maken van een interpretatie volgens die drie stappen. Je stopt niet bij één interpretatie, maar denkt ook creatief na over een tweede.

We nemen een bestaand verhaal, opgeschreven in 1909, om mee te oefenen. Het verhaal gaat over een heks.

  • Lees eerst het verhaal. Let op: het woord “kol” werd toen gebruikt om een “heks” te beschrijven (het is afkorting van “toverkol”).
  • Stap 1: wat staat er? Schrijf in drie zinnen op wat de tekst volgens jou betekent.
  • Stap 2: hoe staat het er? Maak een lijstje van dingen die je opvallen aan de manier waarop het verhaal opgeschreven is (bijvoorbeeld wie vertelt het, welke woorden gebruikt worden om het te vertellen?).
  • Stap 3: waarom is het geschreven? Om die vraag te beantwoorden, moet je wat afstand nemen van wat je in stap 1 en 2 opschreef en nadenken over de vraag: waarom staat er in de tekst wat er staat? Tip: als je dit moeilijk vindt, zijn hier nog wat specifiekere vragen die je helpen wat afstand te nemen:
    • wie heeft er hulp nodig bij het herkennen van heksen, volgens deze tekst?
    • wat doet die iemand zodra die een heks herkend heeft volgens dit verhaal?
    • vertelt het verhaal ook wat er gebeurt met degene die als heks herkend is?
  • Schrijf nu in maximaal vijf zinnen je interpretatie van het verhaal op. Wat lezen we hier, en hoe, en waarom?

Stap 3, het stellen van de vraag waarom een tekst geschreven is, zet je misschien niet zo vaak. Vaak ben je vooral bezig met wat in een tekst staat, en gebruik je hoe het er staat om nog beter te zien wat er staat. En stop je daar. Voordat je gaat proberen nog een nieuwe, andere interpretatie van het hetzelfde verhaal te schrijven, geven we nu eerst wat uitleg over wat je in stap 3 doet, als je de waarom-vraag stelt.

Als je betekenis geeft aan een tekst, kijk je altijd naar wat er staat maar ook naar wat er staat zegt over de wereld. Elke tekst laat zien welke kennis de schrijver van de wereld heeft. Zelfs een tekst die gaat over een wereld die de schrijver op het moment van schrijven niet kan zien: een wereld in de toekomst, of in het verleden, of een wereld op de maan. Als je bijvoorbeeld over de toekomst schrijft, en je hebt het over een “eng dier” dan beschrijf je dat, zonder dat je het misschien merkt, in woorden maar daarmee ook indelingen die je uit de wereld van nu kent. In deze wereld zijn er dieren (en die zijn anders dan bijvoorbeeld mensen), en er zijn enge dieren (die anders zijn dan niet-enge dieren).

Schrijvers zijn vaak niet echt bezig met het idee dat ze lezers willen laten zien hoe ze de wereld om zich heen zien. Ze schrijven om een boodschappenlijstje te maken (als ze boodschappen gaan doen), of om een vraag te stellen (als ze een appje schrijven), om iemand te laten weten dat ze boos zijn (als ze een slechte review op een website achterlaten) of juist erg verliefd zijn (als ze een liefdesbrief schrijfven) of als ze zoiets groots verzonnen hebben dat ze er een heel boek over kunnen schrijven.

Als lezer zie je de lijst met boodschappen, de vraag, de klacht of de liefdesverklaring. En geeft daar betekenis aan. Maar dat doe je ook nooit zonder de wereld erbij te betrekken. In de wereld zijn boodschappenlijstjes handig, liefdesbrieven aandoenlijk, klachten interessant, enz. enz. Die kennis helpt je betekenis te geven aan de tekst die een ander schreef.

Dat kun je allemaal zo’n beetje vanzelf laten gebeuren – want net als de schrijven kun je als lezer jouw kennis van de wereld niet uitzetten. Maar om méér betekenis te geven, kan je die waarom-vraag stellen. Waarom een boodschappenlijst, liefdesbrief of appje? Als je die vraag stelt, ga je actief aan de slag met je kennis van de wereld.

Denk maar even terug aan het Hebban olla vogala-zinnetje. Omdat onderzoekers zich afvroegen “waarom schrijft iemand op dat moment in die woorden over de liefde, wat zegt dat over hoe er in die wereld naar liefde werd gekeken?”, gingen ze kijken hoe in die tijd in andere teksten over de liefde werd geschreven. Ze kwamen erachter dat de vergelijking met het bouwen van nesten vaker gemaakt werd. Kennelijk werd de liefde in de wereld van toen gezien als een veilig nest waarin je je met je geliefde kon verschuilen. Ze kwamen er toen ook achter dat vrouwen in die taal spraken.

En zo leidde de waarom-vraag uiteindelijk zelfs tot een nieuwe interpretatie.  We zeggen ook wel dat je door de waarom-vraag dieper begrip van de tekst krijgt, of een meer kritische interpretatie kunt geven. Een interpretatie die niet meteen voor de hand ligt, maar die wel mogelijk is. En meerwaarde heeft, omdat de tekst je nu ook helpt de wereld beter te begrijpen.

Je gaat nu een tweede interpretatie schrijven van het verhaal over de tekst. Zelfs als je al heel tevreden was met je eerste, zijn er nog kansen het verhaal ook anders te lezen. Die kans biedt taal eigenlijk altijd: woorden betekenen nooit maar één ding.

  • Om die kansen te vinden, lees je eerst een tekst waarin je meer vindt over hoe werelden – de wereld van vroeger, de wereld van nu – tegen heksen aankijkt. Je kunt daarbij kiezen:
    • Optie 1: lees een fragment uit een voorwoord van een in 2023 verschenen bundel Heksenmonument over de heksenjachten in Europa. Die vonden vanaf de 14e eeuw plaats, omdat in de christelijke kerk een heks als iemand werd gezien die door de duivel bezeten was. In de bijbel – waar die kerk op gebaseerd was – is de duivel de vijand van God. Dat maakten heksen ook de vijanden van de mens.
    • Optie 2: lees een krantenartikel over De Heksen van Boetsja en de rol die heksen in de moderne wereld kunnen spelen.
  • Schrijf nu een tweede interpretatie van het verhaal van weer maximaal vijf zinnen waarbij je gebruik maakt van wat door het lezen van deze teksten te weten bent gekomen over de wereld van 1909 (toen het verhaal werd opgeschreven), of de wereld van nu (waarin jij leeft) of de wereld die aan 1909 vooraf ging (toen de heksenvervolging in Europa begon).
  • Tip: loop weer eerst de vragen langs, en kijk hoe je die nu beantwoordt
    • wat staat er in het verhaal?;
    • hoe staat het er?;
    • waarom staat het er zo?

 

Zoek een nieuwe oefening
Neem contact met ons op