Achtergrondverhaal

Veel mensen vinden zichzelf niet meteen creatief. Dat is totaal onterecht, want iedereen speelt de hele dag met taal. Als je beter wilt worden, moet je deze creativiteit trainen. Een idee verzinnen, vertellen, verbeelden, volhouden, je eigen nieuwsgierigheid opwekken: in dit domein oefen je deze vaardigheden.

1

Achtergrondverhaal

Vaardigheid: creativiteit

Iedereen heeft een verhaal. In deze oefening leer je het verhaal achter anderen bedenken en opschrijven.

Maak de oefening
38

Hot take

Vaardigheid: creativiteit

Als je nieuws hoort, is het niet moeilijk om daar meteen iets over te zeggen, Maar als je schrijft, kun je net even iets langer nadenken over het nieuws. In deze oefening leer je zo op nieuws te reageren dat anderen erdoor gaan nadenken.

Maak de oefening
74

Signalement

Vaardigheid: genre

In deze oefening leer je een robot zo precies te omschrijven dat je lezer niet denkt dat het een mens is.

Maak de oefening
18

Diagnose

Vaardigheid: taalvermogen

In deze oefening leer je je eigen taalgevoel vertrouwen om goede Nederlandstalige teksten van niet-goede Nederlandstalige teksten te onderscheiden.

Maak de oefening
101

Ziekte

Vaardigheid: thema

Zieke mensen willen vaak heel graag dat je begrijpt hoe ze zich voelen. In deze oefening ga je leren opschrijven wat een ziek iemand allemaal kan denken of voelen.

Maak de oefening
90

Rap

Vaardigheid: taalvermogen

Het verhaal over jou kort opschrijven, en dan ook nog eens met rijm en ritme, dat is wat je in deze oefening leert.

Maak de oefening
40

Inleven

Vaardigheid: burgerschap

In deze oefening leer je hoe je een lezer helemaal kunt laten inleven in een personage. Daarvoor moet je dat eerst zelf als schrijver helemaal doen, met al je zintuigen.

Maak de oefening
79

Symbolen

Vaardigheid: creativiteit

Een beeld zegt meer dan duizend woorden, zeggen sommige mensen. In deze oefening leer je beelden te zoeken en te gebruiken om wat je schrijft kort maar krachtig te maken.

Maak de oefening
91

Framen

Vaardigheid: creativiteit

Als jij opschrijft dat het glas halfvol is, zal je lezer een half leeg glas waarschijnlijk als halfvol gaan zien. In deze oefening leer je je lezer te sturen door de woorden die je kiest.

Maak de oefening